Tips voor fotograferen bij weinig licht
Bij weinig licht is zelfs voor de ervaren fotograaf een leuke uitdaging. Veel fotografen denken ten onrechte dat het onmogelijk is om in een donkere omgeving goede foto’s te maken. Donkere omstandigheden kunnen helpen om sfeer, emotie en diepte beter vast te leggen. Denk bijvoorbeeld aan een concert, straatfotografie in de avond of binnenlocaties met weinig verlichting. Ga je foto’s maken bij weinig licht, dan vergt dit meer techniek en controle. Een klein foutje kan snel uitlopen op een lelijke foto. Onze fotografen weten wel raad met donkere omstandigheden en hebben de beste tips op een rijtje gezet.
Beschikbaar kunstlicht kan bij weinig licht juist voor kleur, contrast en een sterke sfeer zorgen.
Fotograferen bij weining licht? Het kan!
Maak je niet druk over de kans dat foto’s mislukken bij weinig licht. Als je van tevoren goed onderzoek doet en alvast wat experimenteert, komt het helemaal goed. Je moet hiervoor wel goed begrijpen wat alle instellingen op je camera precies doen. Daarnaast kun je ook lichtbronnen als onderdeel van je compositie gebruiken. En exporteer je foto’s in RAW-formaat, niet in JPEG zodat je nadien makkelijker je foto’s kunt bewerken.
Werken met handmatige instellingen
Voor veel fotografen is het toch een beetje spannend: handmatige instellingen gebruiken op je camera. Iedereen kan een mooi plaatje schieten met de automatische modus, maar dit werkt vaak minder goed bij weinig licht. De automatische modus probeert vaak te veel licht te corrigeren. Daardoor zien foto’s er minder natuurlijk uit of lijkt het beeld bewogen. Door zelf de sluitertijd, diafragma en ISO-waarde in te stellen, heb je meer in de hand hoe de foto eruit komt te zien.
We raden je aan te beginnen met een zo groot mogelijk diafragma. Denk aan f/1.8 tot f/2.8. Daardoor krijg je meer lichtinval op de sensor. Kies de sluitertijd die past bij het onderwerp. Bij een stilstaand onderwerp kun je de sluitertijd vrij lang instellen. Bij mensen of verkeer moet de sluitertijd sneller blijven om te voorkomen dat bij bewegingen de foto onscherp wordt. Pas alleen de ISO aan als dat echt nodig is.
Lichtbronnen als onderdeel van je compositie
Bij weinig licht draait het niet alleen maar om techniek. Slim gebruikmaken van beschikbare lichtbronnen is de beste oplossing. Wees dus niet bang om straatlampen, neonreclames of autolichten onderdeel van je compositie te maken. Denk bijvoorbeeld aan de verlichting van fysieke casino’s of een gameroom waar je bij een 10 euro deposit casino speelt. In casino’s is vaak maar weinig natuurlijk licht te vinden, maar juist wel heel veel kunstlicht. Het is even wennen als je in zo’n omgeving wilt fotograferen, maar het is zeker goed te doen.
Ervaren fotografen kijken vaak eerst naar waar het licht vandaan komt, voordat ze de camera pakken. Licht bepaalt grotendeels waar de aandacht van de kijker naartoe gaat. Probeer bijvoorbeeld eens om een onderwerp naast een lichtbron te zetten. Zo krijg je meer diepte en contrast.
Reflecties op natte straten kunnen een foto veel mooier maken. Werk daarnaast ook met schaduwen, in plaats van ze volledig weg te werken. Een donkere foto is niet altijd fout. Het contrast tussen licht en donker kan nachtbeelden krachtig en filmisch maken. Voor professionele nachtfoto’s kun je grote donkere delen op de foto zetten om sfeer op te bouwen.
Gebruik een statief op een creatieve manier
Een statief is niet alleen maar bedoeld om scherpe, onbewogen foto’s mee te maken. Je kunt het ook gebruiken als creatief hulpmiddel. Bij weinig licht kun je de sluitertijden langer maken, waardoor je effecten creëert die je niet met de hand kunt maken.
Met een lange sluitertijd veranderen bewegende lichtbronnen in lichtsporen, zoals hier langs een Amsterdamse gracht.
Denk aan lichtstrepen van auto’s, treinen die een station passeren, bewegende wolken, stromend water of boten in de gracht. Laat mensen als silhouetten door een straat lopen. Daardoor lijkt een donkere foto al snel heel professioneel. Een sluitertijd van een paar seconden kan een wereld van verschil maken. Het helpt als je een camera met afstandsbediening hebt, zodat je trillingen kunt voorkomen. Een kleine beweging bij het indrukken van de ontspanknop kan de belichting verpesten. Houd altijd oog voor je compositie: je camera staat stil, dus heb je meer tijd om lijnen, reflecties en balans te controleren. Zo heb je rustigere foto’s dan als je uit de hand werkt.
Sla je foto’s op in RAW
Ten slotte: bij donkere foto’s doe je er goed aan je foto’s in RAW op te slaan. Een RAW-bestand is weliswaar veel groter, maar heeft ook veel meer informatie dan een JPEG bestand. Zo kun je bij het bewerken schaduwen ophalen en ruis beter corrigeren. Veel fotografen gebruiken de techniek ‘expose to the right’. Dat betekent dat je de foto helderder maakt, zonder dat de belangrijke hooglichten overbelicht zijn. Sensoren bewaren meer detail in de lichte delen dan in de donkere schaduwen. Zo heb je minder last van ruis.
Een RAW-bestand biedt tijdens de nabewerking meer ruimte om schaduwen, hooglichten, kleuren en ruis zorgvuldig te corrigeren.

