Winter in Nederland is altijd een beetje een ding. De een wil geen sneeuw en kou en zit het liefst bij de kachel en de andere kijkt uit naar sneeuw en vrieskou. Landschapsfotografen zijn een beetje van de laatste soort, wij houden van sneeuw en vorst. Hoe ga je nu om met al die sneeuw en vorst? Landschapsfotograaf en workshopleider Maurice Hertog neemt jullie mee met een koude ochtend in het veld van een paar jaar geleden.

Verkneukelen en voorbereiden

Op het moment dat de temperaturen op of onder nul zitten en de wind uit het noorden of oosten komt, gaan bij mij de winterweer alarmbellen af. Symptomen hiervan zijn het excessief controleren van alle vier de weerbericht apps op mijn telefoon, nekpijn van het naar boven kijken (naar de wolken en het weer in het algemeen) en zenuwachtig heen en weer lopen. Er hangt sneeuw in de lucht, ik voel het aan mijn kleine teen!

Op dat moment ga ik al rondkijken in mijn interne database met locaties en op internet naar mooie locaties voor als de sneeuw valt. Sneeuw geeft namelijk een heel ander beeld aan het landschap. De meeste kleur is weg en we moeten het hebben van vormen en sfeer in plaats van zichtlijnen, voorgrondelementen en kleuren. Sneeuw is altijd een gok. Je weet nooit wanneer het valt. Maar normaliter ontstaat sneeuw bij temperaturen onder het vriespunt wanneer waterdamp tot ijskristallen verrijpt. Dit proces vindt in de hogere luchtlagen plaats en vooral plaats tussen -5 en -20 °C en optimaal bij een temperatuur rond -12 °C. Door botsingen onderling en op de weg naar beneden groeien deze ijsdeeltjes geleidelijk aan tot sneeuwkristallen. Wanneer het waait, klitten de sneeuwkristallen, vaak in de vorm van sterren, op hun weg naar de aarde samen en vormen een vlok. Zo'n vlok bestaat uit wat ijs en heel veel lucht tussen de ijsnaaldjes, zo ongeveer als een kussen vol veren met lucht ertussen. Vlokken zijn onregelmatig, klein of groot, maar wanneer het windstil is, dwarrelen ze één voor één naar beneden. Vaak zijn de omstandigheden niet ideaal en is het bijvoorbeeld net te warm op grondniveau, waardoor de sneeuw onderweg weer smelt: natte sneeuw. Maar goed, als de sneeuw droog genoeg is, en lang genoeg valt om ook daadwerkelijk een witte deken te vormen, sta ik in de startblokken.

Waar moet je aan denken

Natuurlijk moet je het eerst denken aan goede kleding en bescherming voor jezelf. Kleed jezelf in laagjes zodat je eventueel kleding uit kan doen als je het warm krijgt (bijvoorbeeld bij wandelen). Hetzelfde geldt ook voor handschoenen. Ik gebruik dunne wollen handschoenen (touchscreen handschoenen) om de camera te bedienen en heb dikkere overhandschoenen voor de echte kou.

Hetzelfde geldt voor de camera. Als het nog sneeuwt, moet je oppassen dat de camera niet te nat wordt. Tenzij je een waterdicht model hebt, kunnen ze daar vrij slecht tegen. Ook druppels op het frontelement is meestal niet zo’n goed idee, dus ben daar bewust van. Maar denk ook bijvoorbeeld aan je statief. Als je je statief in de sneeuw zet in de buurt van wegen en paden, dan is de kans dat er gestrooid is. Het zout, vermengd met sneeuw, is niet zo fijn voor je statief dus was de poten na gebruik als dat het geval is. 

Veiligheid is natuurlijk boven alles het belangrijkste. Ik wil niet als je moeder klinken, maar ik zie nog steeds auto’s in sneeuwgebieden in de Ardennen staan met zomerbanden en mensen met gympen door de sneeuw ploeteren. Of het ergste; met grote hopen sneeuw en alleen het hoognodige weggeveegd over de weg rijden als een mobiele sneeuwstorm. Denk eraan dat bij koude je batterijen snel leegtrekken. Zorg dus voor goed opgeladen batterijen en houdt reservebatterijen warm op je lichaam. Hetzelfde geldt ook voor geheugenkaarten, die kun je het beste op je lichaam houden om ze niet te laten bevriezen bij flinke koud (zoals bijvoorbeeld in de vroege ochtend of late avond).

Waar en wanneer naar buiten gaan?

Als de sneeuw nog valt, is het wel al leuk om naar buiten te gaan, maar minder voor je camera. Vaak wacht ik totdat het ophoudt met sneeuwen. Dat betekent in Nederland dat de omstandigheden al vaak minder goed zijn; sneeuw heeft namelijk in Nederland snel de neiging tot smelten. Maar als er genoeg gevallen is en het koud genoeg blijft, dan is de ochtend het mooiste moment. Denk aan een bevroren sneeuwlandschap met mogelijk mis en een koude zon die boven het landschap uitkomt. Het gouden avondlicht is natuurlijk ook erg goed, maar dat spreekt vanzelf.

Een goede vraag is tevens waar je het beste heen kunt. Eigenlijk maakt het het niks uit, want bij sneeuw ziet elk landschap er anders uit dan zonder. En sneeuw valt niet vaak genoeg om een complete verzameling sneeuwlandschappen te hebben van al je favoriete locaties. Maar probeer ook een nieuwe locaties uit; ga op zoek naar besneeuwde verlaten laantjes of die bevroren vijver. Of zoek eens de heide op die wit is van de sneeuw.

Als je avontuurlijk bent, zoek dan hoger gelegen gedeeltes op. Ik ga steevast elk jaar naar de Hoge Venen in de Ardennen voor meer sneeuwgarantie en verlaten gebieden. Al is dat laatste een relatief begrip want half België en Zuidelijk Nederland komt op die gebieden af als er sneeuw ligt. Maar vroeg gaan loont echt. Als je wilt weten hoeveel sneeuw daar ligt, kijk dan op de Sneeuwhoogtes België website. Op wintersportvakantie is natuurlijk ook een prima idee om sneeuwfoto’s te maken. Maar wat zijn nou de beste instellingen?

Witte sneeuw

Sneeuw is verbazingwekkend goed weerkaatsend, dus je zult merken dat je camera met relatief snelle sluitertijden werkt. Het belangrijkste waar je naar moet kijken, is je witbalans. In de automatische stand (die ik sowieso niet aanbeveel overigens), zul je zien dat de foto’s erg grauw worden. De camera meet namelijk de witbalans op basis van neutraal grijs. Je kunt de witbalans daarom het beste op daglicht houden.

Daarnaast zul je ook merken dat je foto’s grauw blijven vanwege een chronische onderbelichting. Ook je lichtmeter meet op neutraal grijs en zal dichtknijpen met al die felle reflecterende sneeuw. Om witte sneeuw te krijgen, zul je soms tot wel een twee stops moeten overbelichten.

Nagenieten achter het scherm met een warme kop koffie

Als je je camera weer naar binnen neemt, zorg er dan voor dat deze eerst even acclimatiseert aan de warmte. Leg de camera dus eerst in de garage of bijkeuken voordat je hem mee naar binnen neemt. Anders heb je gegarandeerd een beslagen lens. Dan kun je de foto’s inladen in je fotobewerkinsgprogramma en onder genot van die warme kop koffie opwarmen en je resultaat bekijken. Onderstaande foto nam ik tijdens een ijskoude avond een paar jaar geleden. Het kwik volgens mijn auto was gedaald naar -14 toen ik wegreed. Alle tips die ik hier genoemd heb, had ik nodig om mijzelf en de camera te beschermen tegen de kou. Maar wat een prachtige avond!

En soms heb je gewoon geluk. Vorig jaar januari sneeuwde het onverwachts hier in het Heuvelland. Ondanks een druk weekend kon ik er even op uit ’s middags. Het was net gestopt met sneeuwen maar de lucht was nog grijs. Ik voelde aan de temperatuur dat het kwik aan het stijgen was dus erg lang had ik niet. Terwijl ik rondreed, zag ik opeens een kudde schapen in een wei langs de weg. Een cadeautje! De schapen en lammeren leken niet heel erg onder de indruk van de kou en de lammeren waren druk bezig met het laatste beetje voedsel uit de bak. Een lammetje had zich even afgezonderd. Met de juiste compositie en twee stops overbelichten kreeg dit beestje een mooie foto. Eenzaam en alleen, wegvallend in de witte sneeuw. Het verhaal wordt toch minder leuk als ik zeg dat zijn broers en zussen letterlijk net buiten zichtveld stonden.

Laten we met z’n allen hopen op wat mooie sneeuwdagen in Nederland, zodat we allemaal met dit soort winterplaatjes aan de slag mogen!

Reacties (0)

Anderen bekeken ook

Meer artikelen over fotografie

Hij staat voor je klaar!
Oeps... Niet alle gegevens zijn correct ingevuld!
Foto! Clubmagazine Downloaden